dontgiveagfuckAfgelopen zomer las ik mijn eerste zelfhulp boek: You are a badass. Gewoon puur om de titel en omdat ik er wel goede verhalen over hoorde. Dit boek beviel mij wel en sindsdien had ik wel zin om een soortgelijk boek te lezen. Er waren uiteindelijk namelijk best wel een paar dingetjes blijven hangen uit het badass boek die ik meenam in het dagelijks leven, en ik denk dat dat een beetje de bedoeling is van zo’n boek toch?
Toen kwam ik een tijdje later op een blog het boek ‘The life changing magic of not giving a fuck’ tegen. Een beetje een soortgelijke titel, dus dat vond ik wel veelbelovend klinken.

Een korte samenvatting: 

Zoals de titel al zegt wil dit boek je leren om geen fuck meer te geven om dingen. Eigenlijk is dit ook de gehele inhoud van het boek, maar natuurlijk wordt het wel nog iets completer toegelicht, wordt de noodzaak van het geen fuck geven uitlegt en worden er wat voorbeelden gegeven van dingen waar je wel of geen fuck om moet geven gegeven.
Volgens Sarah Knight heb je dus drie soorten mensen die geen fuck geven: kinderen, klootzakken en de Verlichten (ja dat moet met een hoofdletter). Kinderen geven gewoon geen fuck omdat ze dat gewoon niet hoeven (en als ze het verpesten hebben ze nog hun ouders om op terug te vallen), klootzakken geven geen fuck om zowel meningen als gevoelens van anderen (dat maakt ze tot klootzakken) en de Verlichten hebben dit boek gelezen en geven geen fuck meer om meningen.
Want dat het belangrijke verschil: het geen fuck geven om een mening en dus wel om andermans gevoelens zorgt er dus voor dat je jezelf een hoop energie bespaard en je gelukkiger wordt, zonder een klootzak te worden. Je wilt geen fuck geven om iemands mening, want daar heb je namelijk niemand mee, in tegenstelling tot het geen fuck geven om iemands gevoelens.
Ohja en hoe je dat doet wordt ook nog per situatie (werk, vrienden, familie, etc.) uitgebreid toegelicht. Terwijl je het wat mij betreft kunt samenvatten in één voorbeeld: Laten we even zeggen dat je een evenement (bijv. een verjaardag) hebt en je hebt absoluut geen zin. Je kunt een smoesje verzinnen en dus doen alsof er een belangrijke reden is dat je niet komt, dat is het eerste level van geen fuck geven; zo hoef je niet te gaan, maar hierbij geef je nog wel een klein beetje om iemands mening. Maar je kunt ook beleefd zeggen dat je er geen fuck om geeft (het moet wel beleefd, want anders beland je tussen de klootzakken), dus gewoon eerlijk zeggen dat je geen zin hebt en liever ligt de netflixen op de bank op je vrije vrijdagavond. Dan ben je de pro-geen fuck gever, want je geeft niet om iemands mening en je schaamt je niet voor je eigen reden om niet te gaan, maar je brengt het wel beleefd, dus kan niemand het je kwalijk nemen. Als je wel gaat uit plichtgevoel terwijl je dus eigenlijk keihard wil netflixen, maar niet af durft te zeggen, heb je duidelijk dit boek nodig, want dan geef je dus teveel fucks.

Mijn mening:

Oké ten eerste moet ik zeggen dat ik aan het begin wel een beetje moe werd van het woordje ‘fuck’ in iedere zin. Niks mis met het woord hoor, ik moet eerlijk toegeven dat het ook weleens mijn mond uitkomt (sorry mama), maar in IEDERE FUCKING ZIN (ha-ha); het voelde gewoon een beetje te hard geprobeerd ofzo. Ik moet er wel even bij vermelden dat ik de vertaalde versie las, misschien stoort dit minder in het Engels.
Verder begon het boek al met een soort lofzang voor het boek van Marie Kondo “The life changing magic of tidying up”. Ik geloof dat ze door dat boek geïnspireerd is geraakt voor dit boek en er waren dus ook constant verwijzingen naar deze opruim-bijbel die ik niet begreep, omdat ik dat boek niet heb gelezen. Misschien dat ik daarmee dus een boodschap van dit boek misliep.
Mijn grootste commentaar op dit boek is eigenlijk vooral dat ik het erg langdradig vond. De boodschap en les was al snel duidelijk en ik had het idee dat deze daarna alleen maar steeds werd herhaald met andere voorbeelden. Ik denk dat je eigenlijk de grootste wijze lessen van dit boek al uit mijn korte samenvattinkje hierboven kan halen en dat dit boek net zo goed een vierbladzijdige essay had kunnen zijn. Ik kwam er ook niet zo heel makkelijk doorheen, omdat ik het eigenlijk een beetje saai vond. Wel moet ik zeggen dat er ook wat anekdotes en woordgrapjes inzaten, waarom ik wel even heb moeten gniffelen.

Conclusie:

Al met al zou ik het boek niet direct aan iemand aanraden, maar zou ik het ook niet bestempelen als ‘slecht’. Ik denk dat dit boek voor bepaalde mensen misschien heel nuttig is en ik misschien gewoon niet de aangewezen persoon ben voor deze levenslessen omdat ik over het algemeen me al niet heel druk maak over andermans meningen. Dus: ben jij zo iemand die naar stomme verjaardagen gaat uit plichtgevoel en geen nee kan zeggen, ga dan vooral dit boek lezen (dat is mijn mening en blijkbaar trek jij je daar iets van aan, dus doe maar), maar ben jij net zo’n onbezorgde badass als ik, ga dan lekker ‘you are a badass’ ( voor recensie klik hier) lezen want dat blijft toch echt mijn favoriet.